Een gelt in dekstal
We volgen een gelt op weg naar haar eerste zwangerschap. Gelt is geen erg bekend woord, het is een jong geslachtsrijp vrouwelijk varken dat nog niet geworpen heeft. Deze gelt is geboren in februari en is na ongeveer acht maanden geslachtsrijp. Het is dan oktober.
Ze leeft op een bedrijf van gemiddelde omvang, met 5000 vleesvarkens. Het is wel een modern bedrijf. Een paar jaar geleden heeft het de overstap gemaakt naar een meerwekensysteem. Dat geeft meer rust in de werkzaamheden, omdat er aparte weken zijn voor werpen, spenen en dekken. De boer en zijn personeel kunnen zich dus een week lang op één soort werk concentreren. Consequentie is wel dat alle varkens die geïnsemineerd moeten worden in een bepaalde week min of meer tegelijk berig moeten worden. Voor zeugen die eerder geworpen hebben en waarvan de biggen op dezelfde dag gespeend zijn gaat dat wel goed. Zij worden een dag of vier na het spenen met de nodige stimulatie berig, maar de gelten moeten actief gesynchroniseerd worden met de groep zeugen waarin ze terecht komen. Daarvoor krijgen ze een kuur met Altrenogest, een synthetisch hormoon dat werkt als progesteron. Het onderdrukt de seksuele cyclus waardoor de bronst en de ovulatie achterwege blijven. Het wordt gedurende 18 dagen oraal toegediend en vijf of zes dagen na beëindiging van de toediening zal de gelt bronstig worden.
Onze gelt heeft geen naam, al zou ze die wel verdienen, het is een pittig beest met karakter, maar ze leeft op een gesloten bedrijf met naast 5000 vleesvarkens ook 600 fokzeugen, waarmee de aanvoer van vet te mesten varkens verzekerd is. Ze is deze maand een van de 20 gelten die aan het fokprogramma gaat deelnemen, dus ze is een van de velen en als men al over haar zou praten wijst men en zegt waarschijnlijk ‘hij’. Of noemt de laatste cijfers van haar oormerk.
Het was niet vanzelfsprekend dat ze ‘uitverkoren’ zou worden voor de fok. Voor hetzelfde geld was ze inmiddels geslacht en lag ze in delen in het vleesvak bij de slager of supermarkt. Maar ze groeide voorspoedig, heeft een gewicht bereikt van 175 kilo en een lichaamslengte van 170 cm. Ze heeft geen gewrichtsproblemen , haar 16 spenen zijn goed ontwikkeld en goed geplaatst, zodat de biggen er straks naar verwachting goed bij kunnen. De spekdiktemeting wees uit dat ze een spekdikte heeft van 16 millimeter en haar vulva is een plaatje. Ze zou zo een missverkiezing kunnen winnen. Ook is ze al een keer berig geweest, zoals de bronst van varkens genoemd wordt. De boer heeft alles vastgelegd in de app: spekdikte, aantal tepels, gewicht en het ziet er goed uit. Het managementsysteem gaf ook aan dat het verstandig was om een oudere zeug die mindere resultaten begon te boeken te vervangen door een gelt. Die oude zeug ligt nu dus in het vleesvak met dank voor bewezen diensten.
In de dekstal
Onze gelt heeft de behandeling met het synthetisch hormoon achter de rug als ze naar de dekstal gebracht wordt. Ze zou dus na een dag of vijf berig moeten worden, maar in dit jaargetijde, het is oktober, gaat dat niet zo gemakkelijk vanzelf. Anders dan wilde zwijnen, bij wie de bronst rond november start, zodat de jongen vanaf maart geboren worden, zijn varkens door menselijk ingrijpen zo geëvolueerd dat ze in principe het hele jaar jongen kunnen krijgen. Hun cyclus duurt 21 dagen. In de donkere dagen is de hormoonproductie echter lager, waardoor ze minder snel paringsbereid zijn.
Daar heeft het continubedrijf dat veeteelt heet geen boodschap aan. The show must go on. De consument wil in elk jaargetijde vlees, lege hokken betekenen verlies. En dus worden alle registers open getrokken om deze gelt toch zwanger te krijgen. Er wordt bijvoorbeeld met het licht gespeeld: de dag wordt virtueel verlengd door van zes uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds de stal te verlichten, waardoor het lijkt alsof het zomer is.
Naar de dekstal gaan is een hele stap voor een dier van 8 maanden dat vanaf het spenen in een groep leeftijdgenoten geleefd heeft. Daar kende ze haar groepsgenoten, ze kon ze aanraken. Nu staat ze in een enorme schuur met eindeloze rijen door gangen gescheiden ijzeren kooien, inseminatieboxen genoemd. De kooi is een stukje langer dan zijzelf en veel te smal om zich om te kunnen draaien. Om zich heen hoort ze geluiden van mensen en van andere varkens (excuus als dit wat dubbelzinnig overkomt) en ze kent niemand, al is het mogelijk dat haar moeder hier ergens tussen staat. Niemand die het weet of iets interesseert.
In de dekstal is niets te doen. Aan de voorkant van de inseminatiebox bevindt zich een voertrog, aan de achterkant is een stukje roostervloer waar haar ontlasting en urine terecht komen. Gelukkig plassen zeugen naar achteren. Op de harde vloer ligt geen stro. Voor haar loopt een smalle gang met hier en daar een ijzeren hek waarmee een deel van de gang afgesloten kan worden. Hier zal ze lange dagen doorbrengen. Tien, misschien meer.
Het aantal dagen dat een gelt of zeug in een inseminatiebox opgesloten is, kan gemakkelijk oplopen tot 10, of meer als de inseminatie niet in één keer lukt. Het duurt meestal minimaal vier dagen voor ze berig wordt. De dag daarop (dag 5) vindt de eerste inseminatie plaats. Vaak wordt de volgende dag routinematig een tweede inseminatie gedaan (dag 6). Daarna wordt vier dagen gewacht of ze inderdaad drachtig is. Pas daarna (dag 10) mag ze naar de groepshuisvesting.
Yes, bronstig!
Elke dag controleert de boer welke varkens berig zijn. Er wordt een zoekbeer voor de varkens langs geleid door een medewerker. Deze beer wordt op een plek buiten de dekstal gehouden, zodat beer en zeugen niet aan elkaar wennen. Het is immers veel spannender als je elkaar nog niet kent, of weinig ziet. De beer wordt binnengeleid en blijft bij de voorste inseminatieboxen staan. Voorbij de vijfde box zit een gesloten hek, zodat hij nog niet door kan lopen. Hij kwijlt flink, daar is hij op geselecteerd en niet op zijn voortplantingsvermogen. Hij mag namelijk alleen maar kijken. Na afloop van zijn ronde zal hij onverrichterzake terug zijn stal ingaan.
De zoekbeer wordt voorlangs geleid. De inseminatiemedewerker controleert of de varkens bereid zijn tot paren door te kijken of ze een stareflex laten zien. Als dat zo is klopt hij op de rug van het varken en eventueel gaat hij op haar rug zitten om te controleren of de stareflex voldoende krachtig is. Hij controleert de vulva, of die enigszins opgezwollen is en als alles in orde is schuift hij een dekbeugel over de onderrug van de zeug, waardoor ze de indruk krijgt dat ze aan haar flanken de poten van een beer voelt. Hij maakt de vulva schoon, pakt een pipet, een buis van kunststof van ongeveer 50 centimeter, brengt er glijmiddel op aan en brengt hem vaginaal bij het varken in. Goed oppassen dat de buis zoveel mogelijk naar boven gaat, want anders kan hij in de urinebuis en de blaas terechtkomen en dan is alle moeite voor niets geweest. Hij bevestigt een zakje verdund sperma met een flexibele slang aan de buis en hangt dat op aan een haak boven de inseminatiebox en dan hangt het varken aan het sperma-infuus, vergelijkbaar met een ziekenhuispatiënt die kunstmatig gevoed wordt. Het duurt zo’n tien minuten voor het zakje leeg is en het sperma onderweg is naar de baarmoeder.
Na enige dagen in de dekstal en verschillende optredens van de zoekbeer die voor haar langs paradeert begint het bij onze gelt te kriebelen. De zoekbeer stinkt, en kwijlt flink als hij voor haar box staat. Het poortje voorbij haar box is dicht, dus hij kan niet doorlopen. Ze snuffelen aan elkaar voor zover dat gaat tussen alle stangen en ze blijft stevig staan. Ze is er plots helemaal klaar voor. De inseminator ziet het tevreden aan. Hij zet een stip op haar rug. Morgen kijken of de bronst aanhoudt.
Aan het sperma-infuus
De volgende dag hetzelfde verhaal. Ze vertoont een duidelijke stareflex. Hij drukt op haar rug, waardoor ze nog verder verstart en dan gaat hij aan de slag met zijn dekbeugel, de pipet en het infuus en 10 minuten later is het gebeurd. Tot zover de seks. Van de stip op haar rug wordt een streep gemaakt ten teken dat ze gedekt is. Voor de zekerheid volgt de volgende dag nog een tweede inseminatie. Standaard procedure, maar verder is het wachten. Een dag, twee dagen, drie, vier. Al die tijd staat ze tussen de beugels van de inseminatiebox zonder veel te kunnen bewegen. Er ligt geen stro op de grond. Een paar keer per dag wordt ze gevoed. De bezoekjes van de zoekbeer gaan tweemaal daags door, maar bij haar ontstaat geen nieuwe stareflex. Ze is zwanger. Of nou ja, zo wordt het niet genoemd. Ze is drachtig.
Zwanger, ik schreef het automatisch op, maar ik heb misschien wat te veel sympathie ontwikkeld voor dit fictieve dier en daardoor gebruik ik een term die al te menselijk is. Drachtig is beter, dan houd je het een beetje op afstand en dat is nodig, want uiteindelijk is dat hele circus niet bedoeld om het varken gelukkig te maken (dan hadden ze de beer er wel bij gelaten en mochten ze vrij rondlopen), maar om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk varkensvlees geproduceerd wordt en mensen tegen zo laag mogelijke kosten ham op hun tosti krijgen. Het dier is daarvoor het instrument.
