Leefruimte

Voor varkens is het om allerlei redenen belangrijk om voldoende leefruimte te hebben. In de natuur besteden ze uren aan het zoeken naar voedsel. Als je een boswandeling maakt zie je regelmatig naast het pad een brede strook omgewoelde aarde. Daar hebben varkens of liever zwijnen in de grond gewroet op zoek naar wormen, insecten en knollen. Ook is er ruimte nodig om bij conflicten met soortgenoten een terugtrekkende beweging te maken, of om een nest te bouwen als je voelt dat je binnen korte tijd gaat bevallen.

Hoe is het op dit punt gesteld in de varkenshouderij? We bekijken de regels die gelden volgens de wet, de drie gradaties van het Beter Leven keurmerk en het Biologisch keurmerk.

tabel Leefruimte per categorie varkens in vierkante meters
Categorie Wet BLK1 BLK2 BLK3 Bio
Bi+Bu Bi+Bu Bi+Bu
Gespeend < 15 kg 0,20 0,40 0,50 – 0,60 – 0,60 0,40
Gespeend < 25 kg 0,30
Gespeend < 30 kg 1,00 1,10 0,70 1,30 1,00
Gespeend < 35 kg 0,50
Vleesvarken en gelt tot 50 kg 0,80 0,60
Vleesvarken en gelt tot 85 kg 0,65 1,10 0,80
Vleesvarken en gelt tot 110 kg 0,80 1,30 1,00
Vleesvarken > 110 kg 1,00 1,50 1,20
Gelt > 110 kg 1,00 1,50 1,80 0,85 1,80 0,85
Zogende zeug dag 1-3 1,80 1,80 1,80 – 1,80 – 7,50 2,50
Zogende zeug dag 4-5 4,50 –
Zogende zeug na dag 5 4,50 –
Fokzeug en gelt na dekking 2,25 2,25 2,75 1,00 2,75 1,00 2,50 1,90
Fokbeer tot 12 maand 4,00 6,00 8,00 8,00 6,00 8,00 6,00 8,00
Fokbeer tot 18 maand 5,00
Fokbeer na 18 maand 6,00


Als je een beetje visueel ingesteld bent kan je uit bovenstaande tabel bijna alle informatie halen die ik hieronder in tekst heb uitgeschreven. De grote lijn is dat van links naar rechts (van de wet via de beter leven varianten tot biologisch) het varken steeds iets meer ruimte krijgt. Vanaf BLK2 is er ook enige buitenruimte – onder Bi+Bu staan dan twee getallen. De hoeveelheid ruimte blijft echter steeds beperkt. Als je plaatjes ziet van biologisch gehouden varkens zie je vaak dat ze in grazige weiden lopen. Het keurmerk eist echter slechts 1,30 m2 binnenruimte en 1 m2 buitenruimte voor een vleesvarken tot 110 kilo en die ruimtes mogen een verharde vloer hebben.

Uitzondering op de grote lijn is dat biologisch gehouden varkens tussen 25 en 85 kilo minder leefuimte hebben dan die volgens Beter Leven drie sterren gehouden worden.

Wat je in de tabel niet ziet is dat de hoeveelheid ruimte per varken nog verder verminderd wordt als de dieren in grotere groepen leven en wel met 10% bij groepen vanaf 41 varkens.

Bij zogende zeugen zie je een leefruimte van 1,80 m2. Daarbij ben ik uitgegaan van een kraamkooi van 2,20 meter lang en 0,80 meter breed.

De wet

Varkens hebben volgens de wet geen recht op buiten leven.

Biggen leven met hun moeder in een kraamstal. Nadat ze gespeend zijn (na 21 dagen) hebben ze recht op 0,20 m2. De minimale leefruimte neemt toe met het gewicht.

Tot 15 kg 0,20 m2

van 15 tot 30 kg 0,30 m2

van 30 tot 50 kg 0,50 m2

van 50 tot 85 kg 0,65 m2

van 85 tot 110 kg 0,80 m2

vanaf 110 kg 1,0 m2

Vanaf een gewicht van 15 kg geldt als aanvullende regel dat de leefruimte met 10% verkleind mag worden als de varkens in groepen van meer dan 40 varkens gehouden worden.
Een varkentje van 15 kilo heeft dan recht op 0,18 m2 en een groep van 50 kan gehouden worden in een ruimte van 9 m2, drie bij drie meter.

Een varken van 100 kg heeft dan recht op 0,72 m2 en een groep van 50 varkens kan gehouden worden in een ruimte van 36 m2, zes bij zes meter.

Gelten na dekking of zeugen zonder biggen, die in een groep worden gehouden hebben recht op 2,25 m2. Als ze in groepen van minder dan 6 varkens gehouden worden, wordt de minimale leefruimte met 10% vergroot (2,475 m2) en als ze in groepen van meer dan 40 gehouden worden wordt de minimale leefruimte met 10% verkleind (2,025 m2).

Dat zijn de regels als ze in een groep gehouden worden. Gelten en zeugen kunnen echter ook individueel gehuisvest worden en dan gelden voor gelten de regels voor vleesvarkens die hierboven genoemd zijn en dat betekent in de praktijk dat ze recht hebben op 1 m2, want ze wegen meer dan 110 kg.

Zeugen leven ruim een kwart van de tijd individueel. Vanaf een week voor de uitgerekende datum tot 21 dagen na de bevalling worden ze in een kraamkooi gehouden. Daarna gaan ze naar een inseminatiebox in de dekstal. De kraamkooi en de inseminatiebox zijn zeer beperkte ruimtes. waarin ze zich zelfs niet kunnen omdraaien. Ongeveer 2,20 meter bij 80 cm.

Beren (hier gedefinieerd als “geslachtsrijp varken van het mannelijk geslacht dat kennelijk bestemd is voor de fokkerij”) worden individueel gehuisvest, waarbij ze wel andere varkens kunnen horen, ruiken en zien, en hebben recht op 4 m2 als ze jonger zijn dan 12 maanden, 5 m2 tot ze 18 maanden zijn en daarna 6 m2.

Als de stal ook gebruikt wordt voor het dekken hebben ze recht op 10 m2. Of dat veel voorkomt vraag ik me af. Meestal wordt het sperma van beren op een nepzeug geproduceerd, verdund en op kunstmatige wijze bij meerdere zeugen ingebracht. Omdat de beren alleen in een hok zitten is dat hok dus niet groter dan 3 bij 2 meter en voor jongere zelfs maar 2 bij 2 meter. Als varkens al niet bijziend waren zouden ze het worden.

Beter Leven keurmerk

Dit is het keurmerk van de dierenbescherming. Er zijn drie niveaus, 1 t/m 3 sterren.
Voor dit overzicht is van belang dat het keurmerk voor het bepalen van de leefruimte onderscheid maakt tussen gespeende biggen en vleesvarkens. Volgens de wet is een vleesvarken echter een “gespeend varken dat wordt gehouden voor de productie van vlees”. Elk gespeend varken is dus een vleesvarken.
In de praktijk worden biggen die na het spenen in de biggenstal verblijven gespeende biggen genoemd. Als ze ongeveer 10 weken oud zijn en 25 kilo wegen gaan ze naar de vleesvarkensstal. Ik houd de grens van 25 kilo aan tussen biggen en vleesvarkens.

Bij 1 ster leven varkens uitsluitend binnen. Bij 2 en 3 sterren hebben een paar categorieën varkens recht op buitenuitloop. “De buitenuitloop kan onverhard, gedeeltelijk verhard of geheel verhard zijn, mag volledig bestaan uit roostervloer en mag volledig overdekt zijn.” (Z08A.2)

In de Criteria Varkens van het keurmerk worden de eisen beschreven. De codes tussen haakjes, zoals Z08A.2 in de regel hierboven verwijzen naar de daar gebruikte criteria.

Beter Leven 1 ster

Gespeende biggen hebben recht op 0,4 m2 (B01.1). Dat is dus meer dan de wet voorschrijft. Ook hier geldt de 10%-minder-regeling bij groepen vanaf 40 varkens.

Vleesvarkens hebben recht op 1 m2 bij een groepsgrootte van 20-39. Dat is dus al vanaf de verhuizing naar de vleesvarkensstal als ze 25 kilo zijn. Bij kleinere groepen 1,09 m2 en bij grotere groepen 0,9 m2. (V01B). Bij nieuwbouw, maar uiterlijk vanaf 2035 wordt de ruimte vergroot naar 1,1 m2 met iets meer ruimte bij kleinere groepen (1,2 m2) en 10% kleiner bij grotere groepen. De norm gaat naar 1,1 m2 voor groepen van 18-39 bij nieuw- en verbouw en uiterlijk vanaf 2035 (V02.1a).

Jonge gelten met een gewicht vanaf 110 kg, tot ze dekrijp zijn, hebben recht op 1,5 m2. Dat is een halve meter meer dan volgens de wet. Deze regel geldt per 2-5-2027 (een jaar na publicatie van de versie 2026 van het keurmerk).

De leefruimte voor zeugen is niet of nauwelijks groter dan de wet vereist. Ook hier is de standaard 2,25 m2 per zeug en 10% minder bij groepen van 40 of meer. Het zal een slordigheidje zijn dat de wet die vermindering pas toestaat als de groep uit meer dan 40 varkens bestaat en BLK1 al vanaf 40 varkens. In dat geval geldt de wet als ondergrens. Alleen zeugen die in groepen van 6 t/m 19 leven komen er een heel klein beetje beter af. (zie norm Z08.1) Zij hebben recht op 2,40 m2.

Zeugen vanaf een week voor de uitgerekende datum tot het spenen 28 dagen na de geboorte leven in een kraamhok van 3,8 m2. De zeug mag ingesloten worden in een kraamkooi. (K02.1) Daarna verblijven ze ongeveer 10 dagen in een inseminatiebox. De ironie wil dat het na 28 dagen spenen van de biggen i.p.v. het wettelijk minimum van 21 dagen, voor de zeug een averechts effect heeft. Zij zit een week langer tussen ijzeren stangen. Bij nieuwbouw of verbouw en uiterlijk in 2035 moet gebruik gemaakt worden van vrijloopkraamhokken. Daarin mag de zeug maximaal 5 dagen vastgezet worden (K01.1) en de overige tijd heeft ze minimaal 4,5 m2 tot haar beschikking (K01.1a).

Het berenhok is ongeacht de leeftijd van de beer minimaal 6 m2. Jonge beren hebben dus een voordeel ten opzichte van de wettelijke norm. Beren vanaf 18 maanden hebben precies zoveel ruimte als de wet eist.

Beter Leven 2 sterren

Gespeende biggen hebben recht op 0,5 m2 (B01.2). Anders dan vleesvarkens hebben ze geen recht op buitenuitloop.

Vleesvarkens hebben recht op 1,1 m2 bij een groepsgrootte van 20-39 (V01B). Daar komt 0,7 m2 buitenuitloop bij (V03C.2). Er is een aanbeveling (V02.2a) om ze 1,4 m2 ruimte binnen te geven.

Jonge gelten met een gewicht vanaf 110 kg, tot ze dekrijp zijn, hebben recht op 1,8 m2 binnen en 0,85 m2 buiten (G03). Deze regel geldt per 2-5-2027 (een jaar na publicatie van de versie 2026 van het keurmerk).

Dekrijpe gelten en zeugen in de groepshuisvesting beschikken over 2,75 m2 binnen (Z09.2) en 1,0 m2 buiten (Z08A.2), waarbij nogmaals aangetekend dat de buitenuitloop een verharde ondergrond mag hebben en volledig overdekt mag zijn.

Zeugen leven vanaf een week voor de uitgerekende datum tot het spenen in een vrijloopkraamhok. Gedurende 5 dagen vanaf de geboorte van hun jongen mag de zeug vastgezet worden, “daarna moet ze zich vrij door het kraamhok kunnen bewegen.” (K01.2). Het vastzetten gebeurt in een kraamkooi waarin de zeug vrijwel geen ruimte heeft. De overige tijd in het kraamhok geldt: “Het vrijloopkraamhok biedt de zeug toegang tot minimaal 4,5 m2 van de totaal oppervlakte met een draaicirkel van minimaal 2 m.” (K01.2a) Hier klopt iets niet. Vergelijk de twee onderstreepte zinsdelen. In de eerste staat dat de zeug vrij kan rondlopen in het kraamhok, in het tweede staat dat ze slechts op 4,5 m2 van de 6,5 m2 van het kraamhok kan rondlopen. In de vorige versie, uit 2018 ontbrak de beperking uit norm K01.2a. Waarom die beperking er nu wel is wordt niet uitgelegd, maar vermoedelijk is het om de biggen een eigen plek te geven waar ze kunnen liggen zonder dat de zeug erbij kan en op hen kan gaan liggen. Bij nieuwbouw of verbouw en uiterlijk in 2035 wordt de oppervlakte van het hok 7,5 m2 (K02.2) in plaats van 6,5 m2.

Het berenhok is ongeacht de leeftijd van de beer minimaal 8 m2. Daarnaast is er een buitenuitloop van 8 m2 (BE01.2). In 2026 is bij norm BE01.2 de term ‘beer’ die in de vorige versie gebruikt werd, zonder toelichting gewijzigd in ‘zoekbeer’. Of beren in berenhouderijen daarmee buiten de norm vallen is me niet bekend.

Beter Leven 3 sterren

Gespeende biggen hebben recht op 0,6 m2 (B01.3). Ze hebben geen recht op buitenuitloop.

Vleesvarkens hebben recht op 1,3 m2 binnen bij een groepsgrootte van 20-39 (V01B.3). Daar komt 1 m2 buitenuitloop bij (V03A.3). Er is een aanbeveling om ze 1,6 m2 ruimte te geven (V02.3a). De buitenuitloop mag voor 75% overdekt zijn.

Jonge gelten met een gewicht vanaf 110 kg, tot ze dekrijp zijn, hebben recht op 1,8 m2 binnen en 0,85 m2 buiten. Deze regel geldt per 2-5-2027 (een jaar na publicatie van de versie 2026 van het keurmerk).

Dekrijpe gelten en zeugen in de groepshuisvesting beschikken over 2,75 m2 binnen (Z09.2) en 1,0 m2 buiten, maximaal 75% overdekt.

Zeugen leven vanaf een week voor de uitgerekende datum tot het spenen in een vrijloopkraamhok. Gedurende 3 dagen vanaf de geboorte van hun jongen mogen de zeugen vastgezet worden (K01.3). Dat is dus in een kraamkooi waarin ze vrijwel geen ruimte om hun lichaam heen hebben. De ruimte in het hok dat de overige tijd ter beschikking is van de zeug, is minimaal 4,5 m2 (K01.2a). Het oppervlak van het hok is in totaal 7,5 m2. Bij nieuwbouw of verbouw en uiterlijk in 2035 wordt de oppervlakte 7,5 m2 (K02.3).

Het berenhok is ongeacht de leeftijd van de beer minimaal 6 m2. (BE01.3) Daarnaast is er een buitenuitloop van 8 m2 (BE02.3). De binnenruimte is dus kleiner dan bij twee sterren. Op het eerste gezicht is dat vreemd, maar het is historisch verklaarbaar. In de versie van 2018 was het minimale oppervlak 6 m2 en was al bepaald dat bij nieuwbouw of verbouw en uiterlijk in 2028 het berenhok 8 m2 moet zijn. Boeren moeten dus tot 2028 de gelegenheid krijgen om de ruimtes te vergroten. Voor 2 sterren speelt deze overgangsproblematiek niet, om de simpele reden dat er op het moment van vastleggen van de eisen van 2026 geen tweesterrenvarkenshouder bestond.

Biologisch

Buitenruimtes mogen verhard zijn en maximaal 75% overkapt. De dieren mogen niet worden vastgezet. Er is dus geen sprake van kraamkooien.

Gespeende biggen tot 35 kilo hebben 0,60 m2 binnen en 0,40 m2 buiten.

Vleesvarkens en gelten tot 50 kilo: 0,80 m2 binnen en 0,60 m2 buiten.

Vleesvarkens en gelten tot 85 kg: 1,1 m2 binnen en 0,8 m2 buiten.

Vleesvarkens en gelten tot 110 kg: 1,3 m2 binnen en 1,0 m2 buiten.

Vleesvarkens en gelten meer dan 110 kg: 1,5 m2 binnen en 1,2 m2 buiten.

Zogende zeugen met biggen tot 40 dagen oud: 7,5 m2 binnen en 2,5 m2 buiten.

Fokzeug: 2,5 m2 binnen en 1,9 m2 buiten.

Fokbeer: 6,0 m2 binnen en 8,0 m2 buiten.

Zie de website van SKAL voor de criteria voor binnenruimte en buitenruimte. De beschrijving van de eisen aan de uitloop begint met de zin “De uitlopen voor biologische varkens zijn aantrekkelijk voor de varkens en bestaan indien mogelijk uit percelen met bomen”. Dat beeld komt niet overeen met de boven geschetste beperkte ruimte, zeker als je in aanmerking neemt dat de buitenruimte voor driekwart overkapt mag zijn en een verharde bodem mag hebben,

Scroll naar boven